Stuur je verhuisbedrijf met data: welke cijfers je elke week bekijkt

Sturen op data klinkt als iets voor grote bedrijven met een eigen analist. Het is eenvoudiger: een paar cijfers, elke week op hetzelfde moment, en bij elk cijfer een vraag wat je ermee doet. Zo pak je dat aan in je verhuisbedrijf.

Dashboard met de cijfers van een verhuisbedrijf, waarmee de eigenaar op data stuurt.

Maandagochtend, half acht. De koffie staat klaar en de week begint. Hoe ging vorige week eigenlijk? Je hebt een gevoel: druk, veel aanvragen, een paar mooie klussen. Maar hoeveel offertes zijn er echt een opdracht geworden? Staat de planning voor volgende week vol genoeg? En die zakelijke klant die nog moet betalen, hoe lang staat dat al open?

Een gevoel is niet verkeerd, maar het zegt weinig over waar je bijstuurt. Sturen op data betekent niet dat je de hele dag in grafieken zit. Het betekent dat je elke week een paar cijfers bekijkt en bij elk cijfer weet wat je ermee doet.

Waarom sturen op data in een verhuisbedrijf?

Omdat de meeste beslissingen in je bedrijf over dezelfde paar vragen gaan. Komt er genoeg werk binnen? Kunnen we het aan met de mensen en wagens die we hebben? En komt het geld ook binnen? Wie die vragen elke week met cijfers beantwoordt, ziet een dip aankomen voordat hij er last van heeft.

De cijfers hoef je niet zelf te verzamelen. Als je offertes, planning, facturen en uren in één systeem staan, rolt het er vanzelf uit. In Bas zie je dat op de dashboards van Inzicht.

Welke cijfers bekijk je elke week?

Je hoeft niet alles te volgen. Dit zijn de cijfers die voor een verhuisbedrijf het meeste zeggen, met bij elk cijfer de vraag die je jezelf stelt.

1. Hoeveel offertes worden een opdracht?

Je slagingspercentage is het eerste wat je bekijkt. Kijk niet alleen naar het totaal, maar ook per leadkanaal en per verkoper. Brengt je website betere klanten dan de offertesites? Scoort de ene verkoper veel beter dan de andere? Dan weet je waar je je geld en je aandacht in steekt. Hoe je meer opdrachten uit dezelfde aanvragen haalt, lees je in meer opdrachten uit dezelfde aanvragen.

2. Waar en in welke prijsklasse win je?

Bekijk je verkoop per plaats en per prijscategorie. Misschien win je bijna alles in je eigen regio, maar weinig in de stad verderop. Of je scoort goed bij kleine verhuizingen en verliest juist de grote. Dat vertelt je waar je je moet laten zien, en waar je prijs misschien niet klopt.

3. Hoe vol staat je planning?

Kijk hoeveel klussen en hoeveel kuubs er de komende weken staan, en met hoeveel medewerkers en voertuigen. Zo zie je of je vaste ploeg en je inhuur goed verdeeld zijn, en of je ruimte hebt voor die late aanvraag. Meer over plannen lees je in planning software voor verhuisbedrijven.

Dashboard met het gemiddeld aantal medewerkers aan het werk per maand, met een trendlijn.

4. Gaat je omzet de goede kant op?

Vergelijk je omzet met dezelfde periode vorig jaar, niet met vorige maand. Verhuizen is seizoenswerk: een rustige januari zegt niets, een januari die veel rustiger is dan vorig jaar wel.

5. Hoeveel staat er open?

Bekijk je openstaande posten en hoe lang klanten gemiddeld over betalen doen. Een paar grote facturen die blijven liggen, merk je direct in je kas. Wie wekelijks kijkt, belt op tijd.

Dashboard met openstaande facturen en de gemiddelde betaaltermijn van klanten.

6. Hoe gaat het met je mensen?

Ziekteverzuim per medewerker laat patronen zien die je anders mist. Wie vaak kort ziek is, zit misschien te vaak op de zwaarste klussen. Wat je mensen echt kosten, rekenden we uit in je verhuizer kost geen twintig euro per uur.

Een cijfer is pas waardevol als je weet wat je doet als het de verkeerde kant op gaat. Begin daarom met drie cijfers die je echt bekijkt, in plaats van twintig die je negeert.

Hoe maak je er een gewoonte van?

De meeste bedrijven beginnen enthousiast en stoppen na een paar weken. Dit helpt om vol te houden:

  • Kies een vast moment. Bijvoorbeeld maandagochtend, een kwartier, voordat de telefoon begint.
  • Begin met drie cijfers. Slagingspercentage, planning en openstaande posten. Breid pas uit als dat een gewoonte is.
  • Geef elk cijfer een eigenaar. De verkoper kijkt naar de offertes, de planner naar de bezetting. Jij kijkt naar het geheel.
  • Bespreek het kort met je team. Vijf minuten in het weekoverleg is genoeg. Mensen gaan anders werken als ze zien wat hun werk oplevert.
  • Kijk na een maand terug. Wat heb je veranderd, en is het cijfer de goede kant op gegaan?

En als je een vraag hebt die niet op het dashboard staat?

Dan stel je hem gewoon. In Bas typ je een vraag aan je eigen cijfers, bijvoorbeeld hoeveel omzet je per medewerker hebt gedraaid in het afgelopen kwartaal, en Bas maakt er een grafiek of tabel van. Je hebt geen kennis van rapporten of formules nodig. Zo blijft het bij jouw vragen, en niet bij wat een standaardrapport toevallig laat zien.

Wil je weten welke dashboards er in Bas zitten? Kijk dan bij Inzicht.

Zullen we een bakje doen?

Even sparren over welke cijfers voor jouw bedrijf het meeste zeggen.
Online of op locatie, jij kiest.

Vind je dit artikel leuk? Deel nu

Veelgestelde vragen over sturen op data

Begin met drie: hoeveel offertes een opdracht worden, hoe vol je planning de komende weken staat en hoeveel er openstaat bij je klanten. Daarmee zie je of er werk binnenkomt, of je het aankunt en of het geld ook echt binnenkomt. Uitbreiden kan altijd nog.

Als de cijfers uit je eigen software komen, een kwartier tot een half uur. Het werk zit niet in het verzamelen, maar in de vraag wat je ermee doet. Plan er een vast moment voor, bijvoorbeeld maandagochtend, en bespreek het daarna kort met je planner of verkoper.

Niet als je software de cijfers uit je offertes, planning en facturen haalt. Een export naar Excel is handig voor een uitzondering, maar als je elke week opnieuw lijstjes moet maken, haak je na een paar weken af. Dan stuur je weer op gevoel.

Zoek eerst uit waar het zit voordat je ingrijpt. Daalt het aantal opdrachten, kijk dan per leadkanaal, per verkoper en per plaats. Vaak zit het probleem op één plek, en daar los je het dan ook op, in plaats van overal tegelijk te gaan sleutelen.